Columns

Vanaf juli 2019 t/m februari 2020 schreef iedere week een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Deze columnisten waren Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk. Vanaf december 2020 start een nieuwe groep jonge columnisten met schrijven over poëzie. Dit zijn Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Maxime Garcia Diaz, Maxine Palit-de Jongh en Quinten Langes. Maureen Ghazal en Willemijn Kranendonk blijven ook columns schrijven. Dus iedere week weer een nieuwe column over poëzie.

 

<<Terug
  • Consumerende kadavers

    Consumerende kadavers

    Wanneer ik in The Guardian lees dat eurocommissaris Timmermans voorspelt dat onze (klein)kinderen mogelijk oorlogen zullen voeren om drinkwater en voedsel als we onze leefstijl en economie niet drastisch anders inrichten vergaat de zin om te schrijven. De verantwoordelijkheid wordt bij het individu gelegd in plaats van bij bedrijven. Economisch antropoloog Jason Hickel zegt dat onderzoek aantoont dat zodra mensen zich een economie voorstellen die voor hen werkt, deze eerlijker, ecologischer, en gelijker is. We leven in een democratie, maar kunnen we in dit ‘’gave’’ land  eigenlijk wel over de dingen die ons aangaan meepraten?

    Maar vooral: wat zegt het over een samenleving die productiviteit boven creativiteit verkiest? Er wordt een appèl gedaan op onze onvoorwaardelijke toewijding om het grootkapitaal te spekken terwijl er handig wordt ingesprongen op onze collectieve uitputting met mindfulness, en mud masters obstacle runs, maar wat verandert dat aan de factoren die aan die collectieve uitputting ten grondslag liggen? Tiny houses schieten als paddenstoelen uit de grond, en worden gezien als een hip woonalternatief, maar aan het woningtekort wordt niks gedaan. Het vergt moed duurzame verbindingen te verkiezen boven materiële zaken. Zonder bestemming door een stad te banjeren in plaats van moeten te presteren, te netwerken of onze hobby’s te gelde maken. Kunnen we nog richtingloos, zonder plan, lui, en spontaan leven.

    Er is een wijsheid die in ons lichaam ligt opgeslagen waar we bij kunnen zodra we onze poriën op luisteren zetten, maar vervreemding is gemeengoed geworden in een samenleving die door het neoliberalisme alles ziet als handelswaar. Bij toneelschrijver en dichter Derek Walcott vind ik gehoor. In Love After Love, verschenen in Collected Poems (1948-1984), beschrijft hij het vervreemde zelf dat de innerlijke harmonie probeert te hervinden.


    You will love again the stranger who was yourself.
    Give wine. Give bread. Give back your heart
    to itself, to the stranger who has loved you
    all your life, whom you ignored
    for another, who knows you by heart.
     
    Take down the love letters from the bookshelf,
    the photographs, the desperate notes,
    peel your own image from the mirror.

     

    De verbinding met het zelf, onze gemeenschap en de goederen die we gebruiken, is volledig zoek. Voor mij staat effectiviteit gelijk aan onverschilligheid. Alleen met sensitiviteit en solidariteit aan tafel kunnen we ons door de zesde uitstervingsgolf heen slepen. Dat is waar het werk van Walcott mij op wijst en waar ik steeds meer naar snak. Of zoals het personage GJ in de BBC-serie Top of the Lake zegt: ‘ga liggen, als een kat. De intelligentie van het lichaam is van onschatbare waarde: het weet wat het nodig heeft.’

    Wanneer ik van de week langs een kledingwinkel loop waar fast-fashion wordt verkocht zie ik een behoorlijke wachtrij. Je kunt er gif op innemen dat die kleding is gefabriceerd door mensen of kinderen in erbarmelijke omstandigheden. Kostenbesparing en effectiviteit zijn goed voor de beurs van aandeelhouders, maar funest voor mens en planeet. Aan welke behoefte wordt hier tegemoet gekomen? Toch niet aan die van de mensen die zich de blaren op hun handen werken. 

    De vraag: ‘wat hebben we nodig’ moet worden losgekoppeld van een geïnternaliseerd verlanglijstje. ‘Ik ben pas gelukkig als ik zoveel geld op mijn rekening heb, deze voorwerpen bezit en op die vakantiebestemmingen ben geweest.’ Minder betekent meer voor iedereen. Alleen moeten we dan wel durven luisteren naar onze uitgeputte lichamen. De bijvangst is dat rust, (zelf)zorg en niet productief zijn, kunnen worden gezien als vorm van verzet tegen de ‘vrije’ markt die ons ketent. 


    12 mei 2021