Columns

Vanaf juli 2019 t/m februari 2020 schreef iedere week een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Deze columnisten waren Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk. Vanaf december 2020 start een nieuwe groep jonge columnisten met schrijven over poëzie. Dit zijn Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Maxime Garcia Diaz, Maxine Palit-de Jongh en Quinten Langes. Maureen Ghazal en Willemijn Kranendonk blijven ook columns schrijven. Dus iedere week weer een nieuwe column over poëzie.

 

<<Terug
  • Familiegeheimen

    Familiegeheimen

    Terwijl ik in een metro naar Rotterdam zat op weg naar mijn eerste optreden bij Frontaal bedacht ik dat Robert Meijntjes me vroeg of ik een gast of twee wilde uitnodigen.

    Zonder twijfel ging de eerste uitnodiging naar mijn zus. En op één of andere manier was mijn vader op dat moment ook in Nederland en kreeg hij de tweede uitnodiging. Voor hem was dit de eerste keer dat hij zou zien wat het iswat ik op social media becommentarieer: “was leuk. mooie verhalen gehoord.”

    Nu is het al een ding als ik het moet uitleggen aan mijn leeftijdsgenoten. Hoe diep moet ik gaan als ik de ruimte krijg of hoe oppervlakkig kan ik het uitleggen bij een reünie:

    "Ik draag een stuk tekst op."

    "Oh je leest boeken voor!"

    Of tijdens het borrelen bij woordkunst evenementen:

    "Ik doe proza en poëzie."

    "Echt joh? Klinkt meer als spoken word."

    In de metro besloot ik mijn vader te vertellen dat ik poëzie voordraag.

    Dit kwam niet als een verrassing voor hem. Hij is zowaar de persoon die me liet zien hoe ik mijn allereerste Word document kon opslaan. Wat wel als een verrassing kwam was zijn reactie:

    “Wist je dat ik ook poëzie schreef toen ik jouw leeftijd had?”

    Hij schreef ook.

    Iets jonger dan ik nu ben hield hij zich in de Democratische Republiek Congo bezig met poëzie. Hij vertelde ons na de metrohalte Nootdorp, tegen een kale plattelandsachtergrond nu we buiten het stedelijke gebied waren, hoe hij in zijn gedichten de route van huis naar school beschreef. Aan weerszijden van zijn pad waren groene wanden natuur die tot een oerwoud leidden en geluid van leven met zich mee brachten iedere keer als hij onderweg naar de middelbare school was.

    "Waar heb je die teksten?" vroeg ik onwijs nieuwsgierig en beledigd. 

    Mijn vader haalde zijn schouders op. "Ik liet mijn teksten aan mijn docent zien. Die was diep onder de indruk. Hij nam mijn teksten mee naar een vriend in de stad die ze zou publiceren en dergelijke." Mijn vader heeft zijn teksten daarna niet meer terug gezien. Dat maakt hem niet zo veel uit. Hij schrijft inmiddels geen poëzie meer. Hij haalt de hele tijd zijn schouders op, verandert van onderwerp en praat over het weer.

    De vraag waarmee ik achterblijf: waarom heeft hij me dit nooit eerder verteld? Ik kan dit wegschrijven om te laten zien hoe versnipperd onze relatie is. Maar ik zie de toegevoegde waarde daarvan niet in. Een kleine anekdote als deze lijkt hem niet veel te doen. En bijna een jaar later denk ik er nog steeds aan. Net zoals mijn moeder, die op dezelfde toon waarmee ze een boodschappenlijst verzint me vertelt dat ze een biografie wil. Zo luchtig. Zo banaal. Misschien hebben ze het allemaal wel verzonnen.


    21 april 2021