Columns

Vanaf juli 2019 t/m februari 2020 schreef iedere week een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Deze columnisten waren Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk. Vanaf december 2020 start een nieuwe groep jonge columnisten met schrijven over poëzie. Dit zijn Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Maxime Garcia Diaz, Maxine Palit-de Jongh en Quinten Langes. Maureen Ghazal en Willemijn Kranendonk blijven ook columns schrijven. Dus iedere week weer een nieuwe column over poëzie.

 

<<Terug
  • Het zingen in meerdere talen

    Het zingen in meerdere talen

    Een paar maanden geleden bezocht ik het kantoor van Poetry International. Het eerste wat opviel waren de boekenkasten, langs alle muren van de ruimte stonden ze. Bijna alle landen waren er vertegenwoordigd met dichtbundels. Een schatkamer voor iedereen die van poëzie houdt.

    In die schatkamer vond ik het werk van Mona Kareem, een dichter uit Koeweit. De bundel Vrouwelijke geesten viel meteen op; het had een Engels, Nederlands en Arabisch katern. Mona Kareem schreef de bundel in 2019 toen ze ‘poet in residence’ was in Rotterdam. Haar verblijf sloot ze af met een voordracht op het Poetry International Festival. En ook haar voordracht was meertalig: in het Engels en Arabisch. Het zorgde voor een zekere muzikaliteit, het zingen in twee talen.

    Er zijn veel meertalige dichters; ze schrijven in verschillende talen, dragen daarin voor en verenigen ze soms zelf in één tekst. Zoals Nisrine Mbarki die de bundel Vrouwelijke geesten van Mona Kareem vertaalde van het Arabisch naar het Nederlands en die ook in haar eigen poëzie soms Arabisch gebruikt en dichter Linda Veldman die in het Nederlands en Duits schrijft. Rozalie Hirs werkt veel rond meertaligheid en nam in haar bundel Gestammelte werke (2017) zelfs twaalf talen op.

    Ik heb een grote bewondering voor dichters die in meerdere talen schrijven. Vooral met poëzie is het een continu aftasten van woorden. Het vraagt om zorgvuldigheid maar ook om een zekere doorgronding van de taal die bij elk gedicht opnieuw lijkt te worden uitgevonden. Toch word je als schrijver vaak geacht één taal te gebruiken en daarin te excelleren. Maar wat te doen als je niet in je moedertaal kunt schrijven en een specifiek woord lastig te vertalen is? En wat als die meerdere talen juist het wezen zijn van de tekst?

    Ik moet denken aan de dichtbundel 26 woorden voor schoonheid van Nafiss Nia. De titel duidt op ‘schoonheid’, dat in het Perzisch zesentwintig synoniemen kent. Het herinnert me aan de Arabische lessen die ik vorig jaar volgde: al snel leerde ik vijf woorden voor ‘huis’Elk woord had net een andere betekenis en werd in verschillende omgevingen gebruikt.

    Er zijn de afwegingen wanneer je welke taal gebruikt, welk gedicht welke klanken nodig heeft, in welke taal het gezegde het beste naar voren komt en of het gedicht om meerdere talen vraagt.

    Maar hoe lees je meertalige poëzie? Hoe lees je bijvoorbeeld in het Spaans of Turks als je de taal niet machtig bent? En hoe lees je een taal waarvan de tekens je onbekend zijn, zoals het Arabisch? De nadruk kan komen te liggen op de taal die je wél machtig bent waardoor je uiteindelijk over de, voor jou vreemde taal, heen leest. Maar je kunt ook enkele woorden herkennen, zoals bij Germaanse talen onderling vaak het geval is. Meertalige poëzie is er op papier en in voordracht. Maar in voordracht zijn er de klanken en is er de stem van de schrijver die vertrouwd is met de taal en de luisteraar daarin meeneemt.

    Twee weken geleden las ik in de weekendkrant van het NRC een interview met schrijver en dichter Sholeh Rezazadeh. Ze is geboren in Iran en woont sinds vijf jaar in Nederland. In het interview zegt ze dat het Nederlands ervoor zorgt dat ze bepaalde dingen makkelijker kan zeggen, zoals je soms ook makkelijker een diepgaand gesprek kunt voeren met een vreemde. Ze schrijft vooral in het Nederlands, al verweeft ze ook Perzisch in haar poëzie. Tijdens een online voordracht sprak ze over het Nederlandse en Iraanse landschap waarbij ze moeiteloos wisselde tussen de Nederlandse en Perzische taal.

    In talen liggen landschappen, culturen en gemeenschappen besloten. Met het gebruik van een taal wordt die gelaagdheid getoond. Hoewel ik het Perzisch en Arabisch niet volledig verstond tijdens de voordrachten van Mona Kareem en Sholeh Rezazadeh, voelde ik de kracht en noodzaak van de talen. De dichters spraken in hun moedertaal, waarin altijd een zekere basis ligt. Een taal als een huis.

    Bij meertaligheid gaan talen met elkaar in gesprek en dus ook de landschappen, culturen en gemeenschappen die daaraan verbonden zijn. En ook tekens en klanken vormen samen een meerstemmig lied.




    7 april 2021