Columns

Vanaf juli 2019 t/m februari 2020 schreef iedere week een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Deze columnisten waren Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk. Vanaf december 2020 start een nieuwe groep jonge columnisten met schrijven over poëzie. Dit zijn Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Maxime Garcia Diaz, Maxine Palit-de Jongh en Quinten Langes. Maureen Ghazal en Willemijn Kranendonk blijven ook columns schrijven. Dus iedere week weer een nieuwe column over poëzie.

 

<<Terug
  • Black-out

    Black-out

    Op de middelbare school had ik in de bovenbouw docenten die niet bestand waren tegen huilende kinderen tijdens toetsen. Wat dit bracht waren scenario’s zoals deze:

    Huilende leerling: “Ik heb dit hele weekend zitten leren, maar nu weet ik het opeens niet meer.”

    Fronsende docent: “Oh jee. Denk je dat je de toets toch af kunt maken?”

    Hoofdschuddende leerling: “Nee, ik heb denk ik echt een black-out.”

    Knikkende docent: “Een black-out? Ja, dan is het inderdaad onmogelijk om de toets af te maken. We verplaatsen hem even naar een volgende keer.”


    Ik probeerde deze tactiek ook een keer. Jammer genoeg kon ik geen tranen op commando produceren. Misschien ook wel goed, want anders zou ik liegen en mijn geweten alleen maar dwarszitten. 
    Ik heb het altijd fascinerend gevonden. Hoe zit een black-out in elkaar? Hoe zwart is het dan in je hoofd? En hoe vaak waren die tranen nep?

    Tijdens het opnemen van een spoken word video, ben ik er achter gekomen hoe zo’n black-out aanvoelt. Het opnemen van een spoken word video’s is zowat onvermijdelijk in een periode van lock-downs.

    Ik ben een gelabelde spoken word artiest en het fijnste contact met mijn publiek is door alle maatregelen afgekapt. Het is voor spoken word niet alleen essentieel dat het voorgedragen wordt maar ook dat het gehoord wordt. Het liefst door een live publiek. Zo’n live publiek geeft me altijd de gezonde zenuwen, en op slechtere dagen een ongezonde duistere faalangst.

    Tot aan corona erkende ik uiteraard wel het belang van een publiek voor spoken word. Zeker wanneer ik het vergelijk met het schrijven van gedichten die ik gelezen wil hebben in plaatst van gehoord. Een low-key spoken word avond is gezellig op een manier die ik zou gebruiken om aan iemand die geen Nederlands spreekt het woord ‘gezellig’ uit te leggen.

    Wanneer ik voor een publiek sta dan voel ik de noodzaak om door te gaan, ook wanneer ik het even niet meer weet. Ik ben vaak genoeg mijn eigen hoofd uitgestapt tijdens een voordracht dat ik uit m’n hoofd doe. Even verdwalen in de tientallen gezichten die me aanstaren om dan terug te keren aan het einde van een strofe. En wanneer het nodig is, improviseer ik.

    Nu probeer ik mee te doen met de trend. Ik doe ook aan die spoken word video’s. Geen publiek maar camera’s, geluidsdirecteuren en het seintje om ‘je ding te doen’. Een black-out is als een sneeuwstorm met radiostatisch geluid op de achtergrond. Het is vreselijk hoe ik de gezichten van mensen zie veranderen van verwachtingsvol naar ongemakkelijk.Er is geen gehypet gevoel in de ruimte. Geen vingerknippen dat je laat weten dat het goed binnenkomt. Geen tastbare factors die mijn ego kunnen voeden.
     

    “Sorry, ik heb even een black-out,” zeg ik dan met een hese stem zoals mijn klasgenoten.

    “Oh, wat jammer,” zeggen zij, “wil je je tekst even doornemen? Dan gaan we zo weer verder.”



    3 maart 2021