Columns

Vanaf juli 2019 t/m februari 2020 schreef iedere week een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Deze columnisten waren Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk. Vanaf december 2020 start een nieuwe groep jonge columnisten met schrijven over poëzie. Dit zijn Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Maxime Garcia Diaz, Maxine Palit-de Jongh en Quinten Langes. Maureen Ghazal en Willemijn Kranendonk blijven ook columns schrijven. Dus iedere week weer een nieuwe column over poëzie.

 

<<Terug
  • Gedichten berichten

    Gedichten berichten

    Als lezer van dagboeken ben ik vaak in conflict met mezelf en de vorm: de schrijver schreef dit niet met het doel om gelezen te worden. Dagboeken geven ons een intieme kijk in het leven van de schrijver en de gedachten over dat leven in het tijdsgewricht waarin het zich afspeelt. Soms is het een luik naar de wereld, omdat de buitenwereld en erin bestaan gevaarlijk is. Soms is het dagboek de ontvanger van twijfel, gevoelens die door anderen niet begrepen worden. Het schrijven van dagboeken zou je kunnen vergelijken met het schrijven van een brief, behalve dat er bij een brief één duidelijke ontvanger is.

    Het schrijven van brieven of ansichtkaarten is voor mij een manier om vrienden te laten weten dat ik aan hen denk. De afgelopen maanden stuurde ik heel wat kaarten en ontving ik Whatsapp berichtjes met: ‘bedankt voor deze verrassing!’ terug. Met één vriend, uit Mexico, schrijf ik brieven. We hebben elkaar ontmoet in Rabat, Marokko, op een theaterfestival en elkaar daarna nooit meer in het echt gezien. De brieven die we elkaar sturen zijn gevuld met tekeningen en vragen die je elkaar misschien pas na lange vriendschap zou stellen. Het schrijven en het wachten op de post zorgen voor een moment van rust en reflectie.

    Op de envelop laat ik sinds een tijd een berichtje voor de postbode achter. ‘Dankjewel! Heb een fijne dag’, ik hoop dat hij het leest en er een warm gevoel van krijgt ook al staat hij op dat moment in de stromende regen of in de bloedhitte met een overvolle fietstas te zoeken naar dat ene huis waar er bezorgd moet worden.

    Emily Dickinson beschreef de enveloppen van haar brieven met gedichten, berichten of notities. Na haar dood werden deze ‘envelop poems’ gevonden en zijn ze samengesteld tot de gelijknamige bundel waarin de gedichten gedigitaliseerd en getranscribeerd zijn. Hoewel Dickinson honderden gedichten schreef, zijn er in die tijd maar een paar gepubliceerd. In het voorwoord van de bundel staat dat zij, net als bij het schrijven van dagboeken, de gedichten liever voor zichzelf hield. Dat valt samen met het teruggetrokken leven waarvoor zij koos. De gedichten raken mij omdat ze laten zien hoe de wereld werkt. Het gaat over verwachtingen of systemen die Dickinson waargenomen heeft en waar ze in een paar woorden een vraag over stelt of antwoord op geeft.

    Bij sommige van haar brieven verpakte ze een potloodje zodat de ontvanger haar kon beantwoorden. Misschien moet ik haar voorbeeld volgen: een potlood geven aan mijn ontvangers. Ze op die manier laten proeven van de briefschrijfkunst. Envelop poems is ook een directe inspiratie om de berichten naar de postbode poëtischer van aard te laten worden, gericht aan de vingers waar de brieven doorheen glijden.


    27 januari 2021