Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Orakelpoëzie

    Orakelpoëzie

    Een aantal maanden geleden bezocht ik mijn vriend Bart. We hadden net gegeten en zaten aan tafel met koffie. Het gesprek ging over de vraag hoe ik de periode na mijn afstuderen zou indelen. Er waren verschillende opties. Bart liep naar de boekenkast en kwam terug met een bundel van de Perzische dichter Hafez.

    ‘Je slaat op gevoel een bladzijde open, het gekozen gedicht kan je een handreiking geven.’

    Ik keek wat verbaasd, maar pakte daarna toch de bundel. Mijn vingers gleden langs de bladzijden, ik stopte ergens aan het einde. Het gedicht op de rechterpagina las ik hardop voor.


    Bart lichtte het gebruik van de bundel toe. Tijdens zijn reis door Iran had hij bij een familie in Shiraz gegeten. Na het eten dronken ze thee en lazen elkaar gedichten voor. Volgens de gastheer was dit gebruikelijk. Veel Iraniërs hadden het werk van Hafez (zijn eigenlijke naam is Chãdja Sjams od-Din Mohammed) in huis liggen. Het was een dichter van het volk, ondanks of misschien juist, omdat de teksten eeuwenoud waren. De dichter werd de Shakespeare van de Perzische literatuur genoemd. De gastheer vertelde dat poëzie kon dienen als raadgever. De gedichten werden gebruikt bij het nemen van beslissingen die te maken hadden met verandering, in het Perzisch fa’l genoemd.
     

    Kader Abdollah schreef in de Volkskrant dat men in zijn vaderland troost vond bij Hafez. Iedereen had zijn bundel op de schoorsteenmantel liggen. ‘Wie op de vlucht is, pakt het boek vaak, sluit zijn ogen en opent een bladzijde. Zonder twijfel komt er een gedicht dat je verlangen naar huis verwoordt.’

    De poëzie van Hafez is universeel waardoor het zich goed leent voor het gebruik als orakel. Ik vroeg me af of het ook met andere, hedendaagse bundels kon. Ik besloot het te proberen met de bundel waarin ik op dat moment las: Ademhalen onder de maan  van Ingmar Heytze. Op de gekozen bladzijde verscheen het gedicht ‘Roos’. De eindstrofe huisde die dag in mijn hoofd: ‘En om dat alles ligt de zee, die elke dag/ zal zijn als jij: soms woedend, donkergrijs,/ dan glad, sereen of wild en blij, doorzichtig/ blauw of peilloos zwart; een mooi, groot/ademhalen onder de maan.’ Nadat ik het gedicht een aantal keren, met de vraag in mijn achterhoofd, had gelezen leek de tekst steeds meer over mijn situatie te zeggen. Het was fijn andere woorden te lezen bij een vraagstuk dat ik lange tijd met eigen woorden had geformuleerd. Het directe antwoord lag niet in het gedicht, evenmin dit in het gedicht van Hafez lag. Dat kun je ook niet verwachten. Wel gaf het (nieuwe) inzichten en startte het een dialoog tussen mijzelf en het gedicht.  

    Je kunt verschillende bundels als orakel gebruiken. Zo kun je een dichtbundel kiezen die qua thematiek aansluit bij je situatie, het kan een middeleeuwse of hedendaagse bundel zijn, een bundel van je favoriete dichter, je zou het zelfs met al je dichtbundels kunnen proberen. Waarschijnlijk heb je bij de één meer voeling dan bij de ander. Hoe dan ook zullen ze nieuw licht werpen op je situatie.

    Ik denk aan de dichtbundels op de schoorsteenmantels in Iran en probeer me in te beelden hoe we elkaar ook hier in Nederland na het avondeten poëzie voorlezen. Hoe we de vla laten staan en kiezen voor woorden. Als we voor een keuze staan of een situatie beter willen begrijpen, pakken we de bundel die ons aanspreekt. Onze vingers zullen langs de bladzijden gaan, er is het geluid te horen van omslaande pagina’s. Daarna is het stil. Onze ogen lezen de woorden op de gekozen pagina af. Er kan herkenning zijn, troost, een hand die op je schouder wordt gelegd. En in sommige gevallen is het gedicht een huis waar je voor even kunt verblijven.


    7 augustus 2019