Columns

Vanaf juli 2019 t/m februari 2020 schreef iedere week een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Deze columnisten waren Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk. Vanaf december 2020 start een nieuwe groep jonge columnisten met schrijven over poëzie. Dit zijn Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Maxime Garcia Diaz, Maxine Palit-de Jongh en Quinten Langes. Maureen Ghazal en Willemijn Kranendonk blijven ook columns schrijven. Dus iedere week weer een nieuwe column over poëzie.

 

<<Terug
  • Poëzie in het antropoceen (2)

    Poëzie in het antropoceen (2)

    Vorige zomer startte ik mijn eerste column voor Awater met een quote van Clive Hamilton: ‘Ten eerste zullen we de reële mogelijkheid onder ogen moeten zien dat de mensen in deze eeuw, volledig bewust van waar ze mee bezig zijn, de levensomstandigheden op hun eigen planeet onherstelbaar zullen verslechteren. Ten tweede moeten we erkennen dat het zonder meer mogelijk is dat we zullen uitsterven, of althans dat de beschaafde levenswijzen zullen ineenstorten, en wel ten gevolge van ons eigen handelen. Ten derde is de aarde anders gaan functioneren. Nu ze niet alleen door blinde krachten wordt bestuurd, wordt haar ontwikkelingsgang mede beïnvloed door de inbreng van een ontologisch onderscheiden natuurkracht, een kracht die uitdrukking geeft aan de menselijke wil.’

    We zijn een jaar verder nu, de columns op de website van Awater zijn terug, we zitten midden in een pandemie, het was dit hele jaar wéér warmer dan ooit en ik schrijf nog steeds. Er is tegelijkertijd veel en weinig veranderd.

    Wat er wel is veranderd is het volgende: Moya De Feyter, die ik in mijn eerste column al noemde als een van de dichters die mij hoop geven, is een beweging begonnen: de klimaatdichters. Tijdens de eerste lockdown in België zat zij thuis, een evenement waarop zij antwoord zou geven op de vraag Kan poëzie het klimaat redden? werd afgelast en ze wilde niet wachten op verandering, ze wilde iets doen. En dus e-mailde ze haar netwerk van schrijvers met de vraag of ze zich wilden aansluiten bij een nieuw collectief, een nieuwe beweging. Veel mensen zegden toe, heel veel mensen wilden meedoen.

    De laatste maanden zijn de klimaatdichters uitgegroeid tot een groep van meer dan 160 dichters en woordkunstenaars. 31 oktober vond de officiële lancering plaats via Zoom en er ligt intussen ook een bundel klimaatpoëzie in alle boekhandels: Zwemlessen voor later. Ik heb me natuurlijk ook aangesloten bij de klimaatdichters en ik mag zelfs op de achtergrond meehelpen met het organiseren van (online) programma’s.

    Wat er niet veranderd is, is het feit dat de ernst van de klimaatcrisis nog steeds niet genoeg wordt erkend. We zijn niet bezig onze uitstoot en manier van consumeren drastisch te veranderen, Greta Thunberg staakt nog iedere vrijdag en er zijn genoeg mensen die zelfs tijdens deze pandemie met het vliegtuig op vakantie gaan.

    In de inleiding van Zwemlessen voor later staat: ‘Poëzie is tot alles in staat. Ze kan doorklieven, verwarren en rammelen aan wat ontastbaar lijkt.’ En ik wil dat geloven, ik moet dat geloven. Ik zou dolgraag willen zeggen dat poëzie het klimaat kan redden, dat ik het klimaat kan redden met mijn poëzie, maar ik ben bang dat het niet zo is.

    Vorig jaar was ik op zoek naar een allesomvattend verhaal dat de mensen duidelijk zou maken dat de klimaatcrisis geen grap of hoax is. Nu is dat verhaal er, het staat in talloze vormen in Zwemlessen voor later. Zoals in het gedicht De gloed aan de rand van je oren van Jens Meijen:

     

    een vogel trekt rooksporen door de lucht
    ze landt op mijn hand, laat haar zwarte longen zien
    in haar ogen zie je alles gebeuren:
    het kobalt, het brons
    de dieren, de rum de spoken van duizenden mensen
    urnen van wat voor ons kwam

     

    En ook al is het verhaal er nu, ik maak me nog steeds zoveel zorgen dat ik er vaak niet van kan slapen. En ik geloof in de emancipatorische en bewustmakende kracht van poëzie, maar niet in het laat-kapitalisme en de liberalen. Ik wil dat mijn schrijven genoeg is, maar ik denk dat het niet zo is. Nogmaals, er is tegelijkertijd veel en weinig veranderd.


    2 decmber 2020