Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Binnenhuisacrobaten

    Binnenhuisacrobaten

    Dat door de Coronacrisis veel kunstuitvoeringen zijn stilgelegd lijkt een bijzaak. De media-aandacht gaat natuurlijk in de eerste plaats uit naar de slachtoffers en de bestrijding van het virus. Maar vanuit ons isolement zoeken we vanzelfsprekend naar duiding en herkenning. We vragen ons af wat er aan de hand is; wat gebeurt er allemaal om mij heen? Kunst en literatuur kunnen hier houvast bieden.

    Zo is er is in de media opmerkelijk veel belangstelling voor quarantaineromans. De klassieker De Pest van Albert Camus staat in bestseller top 60. Kennelijk zegt de roman ons iets over de situatie waarin wij nu verkeren. En deze week hoorde ik tot mijn genoegen Micha Wertheim in alle vroegte op NPO 4 het gedicht Vormen van gekte van Judith Herzberg voordragen, een fragment:



     





    balanceren
    is een vorm van gekte
    zwalken ook
     
    voor de oude dag
    bewaren
    is een vorm van gekte
    sparen ook
     
    wonderdokters frequenteren
    is een vorm van gekte
    frequenteren so wie so
     
    eigen keuze
    is een vorm van gekte
    zelf bedenken ook
     
    wennen is
    een vorm van slijten

     

    Het gedicht kwam direct bij mij binnen. Het sloot aan op mijn beleving. En ik besefte de bredere zin van poëzie in deze tijd. De redactie van De Ochtend van 4 dacht er ook zo over. Spontaan is er nu dagelijks aandacht voor poëzie in het programma.

    Er is meer; opeens lijkt er overal om mij heen poëzie te zijn. De afgelopen weken werd ik wel tien keer uitgenodigd om deel te nemen aan een soort poëzie kettingbrief. Het idee is dat je elkaar steunt door troostrijke poëzie rond te sturen.

    Mensen hebben de neiging overal betekenis aan te geven. Zien wij op een muurtje twee rondjes en een streep eronder dan herkennen wij dit als een gezicht. Wolken kunnen in onze verbeelding de meest fantastische menselijke vormen aannemen. Zij werken op ons in als een rorschachtest.

    Ik weet niet of dit onderzocht is door psychologen, maar in stresssituaties lijkt het erop dat mensen geneigd zijn meer betekenis in dingen te leggen. Er is behoefte aan contact, instemming, herkenning. Kunst - en poëzie in het bijzonder – voedt deze behoeftes. Juist poëzie! Een exacte kopie van een mensengezicht op een muur prikkelt de verbeelding niet. Het abstracte, het niet ingevulde wekt onze aandacht. We leggen er iets van onszelf in. En we zoeken naar verbinding met wat er om ons heen gebeurt, met name in deze tijd.

    De krant stond vol met hamsterverhalen toen ik in de bundel aan het licht van Meity Völke de volgende regels las.

     

    als een uitgeputte prooi dus zit ik hier. Gekooid.
    We zitten allemaal. Soms breekt de hel los
    om een blikje bonen, vechten om een deken
    zonder gat en turf uw velletjes toiletpapier

     

    Ik was met stomheid geslagen. Is de dichter een ziener? Of leg ik teveel betekenis in deze woorden? Het overkwam mij diezelfde week meerdere malen, zoals bij het lezen van een gedicht van Hester Knibbe. Zij schrijft over moeders met tassen vol: “veel met hinderlijk niets en er ligt te weinig / fortuin in de schappen voor iedere nieuweling”.

    Het doet er niet altijd toe met welke intentie een dichter woorden op papier zet. Betekenis geven doet de lezer. Een gedicht is een wolk, het mag een rorschachtest zijn. Wij lezen erin wat we willen lezen en lezen graag woorden die betekenis geven en waar wij steun aan ontlenen. Een laatste voorbeeld waar wij als binnenhuisacrobaten in gedwongen isolement ons in kunnen herkennen komt uit de bundel Liefde in tijden van brand van Mark Boog.

     

    Wij, snaarinstrumenten,
    bespeeld door wellustig de wind
    en diezelfde wind die het koper blaast.
    De ondenkbare schoonheid
    van alles. Jij balanceert zelfzeker
    op de noten, stapstenen in het
    luchtledige. Ik volgde, vanzelf.
    Wij, binnenhuisacrobaten, boven
    het ijle vangnet van de muziek.

     

    27 maart 2020

    Afbeelding: Costică Acsinte Archive