Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Poëzie vindt haar weg

    Poëzie vindt haar weg

    In de inleiding van de bundel Biopolitiek van Kirill Medvedev schrijft Aleksandr Skidan: ‘Los van de politieke keuze die Kirill Medvedev maakt (het is bekend welke keuze dat is), zou ik het probleem van de geëngageerde auteur als volgt formuleren. Hoe valt er te ontkomen aan de didactische houding, aan dogmatische en ideologische banaliteiten en clichés, hoe te voorkomen dat poëtische expressie geïnstrumentaliseerd wordt tot propagandamiddel?’

    Skidan vraagt zich af hoe we ervoor zorgen dat poëzie veilig blijft, niet een middel wordt om politieke kwesties op te lossen. De poëzie mag geen leraar zijn die zegt wat je wel en niet mag doen, geen leraar die met een liniaal tikken op je vingers geeft. Poëzie is, volgens hem, een instituut dat beschermd moet worden. Maar waarom? Is poëzie zo breekbaar dat wanneer het moralistisch wordt, het uit elkaar valt?

    Poëzie is al vele malen doodverklaard, zoals Ben Lerner zegt in zijn essay Waarom we poëzie haten. En toch krabbelt ze iedere keer op. Medevedev schrijft:

    Met mij is mijn moederland.
    Ik schroef mij in haar schors,
    Door haar heen wring ik mij tot bij de aardkern,
    Dring ik tot bij het wereldvuur.

     

    Medvedev komt uit Rusland en schrijft over opstanden en Poetin. Je kan hem zien als een politieke dichter, maar in deze strofe gebruikt hij de taal om menselijkheid bloot te leggen. Zijn moederland brengt hem bij het wereldvuur. Bij zijn levensvuur misschien, of, bij de spanning tussen Rusland en de VS. Je weet niet precies wat hij bedoelt, wat dichters precies bedoelen. Je kan ze dus ook niet labelen, aan de kant schuiven als ‘politiek’ of ‘didactisch.’

    In de bundel van Medvedev heb ik niet het gevoel dat de poëzie stukgaat door de statements die er gemaakt worden. Ik kan me voorstellen dat je poëzie leest om de wereld om je heen te vergeten, om meegesleept te worden in de rijke taal en het ritme van de schrijver. Ik kan me voorstellen dat als je dan politieke uitingen tegenkomt, je dat jammer vindt. Dat je boos wordt omdat je in de illusie van de poëzie wilt verblijven. En toch: poëzie komt uit de wereld, en de wereld anno nu is politiek.

    We leggen poëzie regels op, we zeggen wat het niet mag zijn. Niet banaal, geen propaganda. Ik denk: alle verhalen die verteld worden zijn propaganda, vrijwel alles wat menselijk is, is banaal. Poëzie kan alles zijn, poëzie vindt haar weg.


    29 januari 2020