Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Als een fluistering, als een slang

    Als een fluistering, als een slang

    Ik ben een kind dat de taal aftast. Met mijn wijsvinger volg ik letters van rechts naar links, mijn stembanden trillen, ik houd mijn pen stevig vast. Lezen leer ik in spiegelbeeld. Boeken beginnen aan het einde en eindigen aan het begin. Ik probeer tekens te ontcijferen door bij elk teken te pauzeren, de letter uit te spreken, naar een volgend teken te gaan, tot ik een heel woord heb uitgesproken. Een hele zin. De klanken laat ik hun intrek nemen in mijn keel. Ik probeer het er aangenaam te maken. Oude en nieuwe klanken met elkaar te laten wonen. Zoals er in mij ook twee landschappen huizen.

    Tijdens de eerste Arabische les leerden we het hele alfabet. Achtentwintig letters. We dreunden ze in koor op. Daarna leerden we de letters met eventuele hulptekens. De soekoen sien spreek je uit als een slang, zei de lerares. Hoog en fel. De soekoen sjien klonk voor mij als een fluistering.

    Het Arabisch kent een ander schrift. Ik merk dat ik mijn pen op een andere manier vasthoud. Mijn keel moet wennen aan de klanken en voelt soms schor na het lezen. Het leren van de taal dwingt me opnieuw naar mijn omgeving te kijken. Vis is niet enkel vis, maar ook samak. Er bestaan vier woorden voor het woord huis, misschien nog wel meer. De Arabische taal is rijk aan synoniemen. Ik begrijp nu beter waarom het Arabisch moeilijk te vertalen is, Arabische poëzie moeilijk te vertalen is, poëzie in het algemeen.

    Voor schrijvers is taal het materiaal waarmee ze werken. Voor mij is dat de Nederlandse taal; één van de dingen waarin ik mij thuis voel. Maar nu dat materiaal verandert, is het alsof ik alles opnieuw leer. Ik koppel klanken aan letters, letters aan woorden, woorden aan objecten, mensen en landschappen. Ik wijs de maan aan en zeg, qamar. Ik verzin ezelsbruggetjes bij het leren van woorden. Maak er liedjes van.

    Een vriendin zegt dat de taal al die tijd al onderhuids aanwezig is geweest. Ik moet denken aan de dichtregels van Mahmoud Darwish Ik ken de woestijn niet/ maar aan haar randen groeide ik in woorden. Het moedigt me aan de taal op mijn huid te leren dragen. Om te blijven oefenen tot ik ooit het werk van de dichter Mahmoud Darwish in de oorspronkelijke taal kan lezen en ik met mijn vader in zijn moedertaal kan spreken.  

    Inmiddels ben ik twaalf lessen verder. Ik kan woorden lezen als er hulptekens bij staan. Tegen mijn vader zeg ik dat ik fiets met zijwieltjes. Ik hoop het ooit zonder te kunnen.


    2 januari 2020