Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Het ongezegde

    Het ongezegde

    Op de terugweg is niets hetzelfde. De gebouwen lijken grauwer geworden, alsof niet alleen ik, maar de hele stad boos op me is. Mijn voetstappen zijn onregelmatig. Wat zou ik graag willen huilen, maar wie huilt er nou op straat?

    Soms kan ik een idee niet uitleggen en wil ik dat het er toch uit komt. Het ongezegde is een mysterie, dat een vorm behoeft. Zoals poëzie, die soms gebruikt wordt om een onduidelijke stemming te benaderen. Een gedicht trekt me het meest vanwege zijn stemming aan. Ik moet denken aan de korte novelle La maladie de la mort (De ziekte van de dood, 1982), geschreven door Marguerite Duras. Het prachtig verwoorde verhaal begint als volgt:

    ‘U zou haar niet moeten kennen, haar overal tegelijk gevonden hebben,
    in een hotel, op straat, in een trein, in een bar, in een boek, in een film,
    in uzelf, in u, in jou, volgens de grillen van je geslacht dat, opgericht in de
    nacht, roept waarheen te gaan, waar zich te ontladen van de tranen
    waarvan het vol is.

    De poëtische taal van deze novelle is kenmerkend en meeslepend. Er is een u, er is een zij, verder is er niemand. Alleen een kamer, een bed, en een zee. De novelle had evengoed een lang gedicht kunnen zijn. De u is een man, wiens onvermogen om lief te hebben centraal staat. De vrouw met wie hij slechts het bed deelt, beschouwt hem vanwege dit onvermogen ziek. Of er sprake is van een fysieke ziekte, blijft onbeantwoord. Tevens worden de twee personages nooit uitgebreid beschreven. Het ontbreken van hun namen en hun gedachten, creëert geen afstand, maar juist een ruimte; opgevuld door de gewichtige stemming die in iedere zin terug te voelen is:
     

    ‘In u zijn tranen waarvan u het waarom niet weet.’


    Het zijn de onuitgesproken zaken, het onvatbare, en de onkunde soms om iets te voelen, die stuk voor stuk in een vorm gegoten willen worden. Duras heeft dit op een bewonderenswaardige manier gedaan. Ze bewijst de kracht van het zwijgen binnen de taal zelf. De bedrukte toon houdt stand tot aan de laatste zin:


    ‘Inmiddels heeft u die liefde kunnen leven op de enige wijze die voor u mogelijk was,
    haar verliezend vóór zij er was.’

    Wat zich via poëzie openbaart aan mij, zijn vaak delen van mezelf waar ik amper bij kom, waarvan de oorsprong onbekend is, maar die een zekere lading in zich dragen. Een gedicht is voor mij een poging om helderheid te verkrijgen. Soms ben ik bang om me volledig uit te drukken; het beschrijven van een gevoel gaat me beter af dan het ondergaan ervan. Als je dan te maken hebt met iets waar je geen vat op hebt, kan dat ontmoedigend zijn. Tegelijkertijd schuilt schoonheid veelal juist in wat niet gezegd wordt.


    4 december 2019