Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Zonder geluid geen stilte, zonder stilte geen geluid

    Zonder geluid geen stilte, zonder stilte geen geluid

    Mijn moeder en ik lopen door een bijna leeg landschap. Rondom ons liggen weilanden. Op het geluid van een heel ver vliegtuig na, is het stil. Aan het begin van de wandeling zeg ik mijn moeder dat ik in stilte wil lopen; mijn gedachten laten samenvloeien met het landschap. We steken smalle bruggen over. Het water onder onze voeten is kalm. In de verte staat een eenzaam rood huis. We lopen erlangs, zetten tegelijkertijd onze tocht terug in: de weilanden uit in de richting van mijn ouderlijk huis. Het geluid van voorbijrijdende auto’s zwelt aan. ‘s Avonds vertrek ik naar mijn huis in Rotterdam: een constant zoemen van de grote stad.

    Drie weken geleden woonde ik in diezelfde zoemende stad de openingsavond van literatuurfestival Woordnacht bij. De avond werd geopend door een gebarentolk. In een stille kerk galmden de door haar uitgebeelde woorden na. Bij de laatste zin klapten we zachtjes, twijfelend haast, alsof we niet goed wisten hoeveel geluid we mochten maken. Na de opening sprak Nelleke Noordervliet de Anna Blamanlezing uit, gaf haar visie op stilte. Zonder geluid geen stilte, zei ze, zonder stilte geen geluid. De zin huisde de rest van de avond in mijn hoofd. Tijdens de lezing werden we ons steeds bewuster van geluid. We leken er als publiek zo min mogelijk van te willen produceren en ergerden ons toen we buiten de muren van het gebouw stemmen hoorden. Geluid is niet enkel negatief, zei Nelleke, er moet een balans zijn. Later op de avond bracht Dean Bowen een gedicht: een geluidsopname waarbij zijn stem zuchtte, naar adem hapte, eindigde aan het einde van een zin. Al het geluid dat komt kijken bij een gedicht maar dan zonder de woorden. Want ook dat is geluid.

    Op mijn weg naar huis dacht ik aan de innige relatie tussen geluid en stilte. Hoe ze, wanneer ze in balans zijn, elkaar aanvullen. Zowel in gesproken woord als in proza en poëzie. In mijn idee is het één van de meest essentiële aspecten van het schrijven en eigenlijk van zoveel meer. Bepalen wanneer je ruimte inneemt om te spreken en wanneer je zwijgt, witregels toevoegt.

    Tijdens de stiltewandeling met mijn moeder ontstonden er nieuwe ideeën. Ik zag poëzie in een gebroken schelp langs een weiland, pakte een geknakte stengel met wortels van een grindpad. De omgeving werd geluid. En ook mijn gedachten werden geluid. Na de wandeling gebruikte ik mijn stem weer, vertelde mijn moeder over ideeën voor nieuwe teksten, samen wisselden we van gedachten, waarna ik ze ‘s avonds in Rotterdam op muziek liet stromen.


    20 november 2019