Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • De jongen en het blauwe stuk kauwgom

    De jongen en het blauwe stuk kauwgom

    Op de middelbare school kreeg ik Nederlands van meneer Ponsioen en meneer Ponsioen was fan van Harry Mulisch. Elke winter moesten we De Aanslag opnieuw lezen en tijdens blokuren las hij het laatste halfuur voor uit De ontdekking van de hemel. Hij was de eerste persoon die me kennis liet maken met poëzie. Hij droeg gedichten voor van Nijhoff en Campert. Ik zat helemaal achterin, steunde met mijn kin op een flesje water en vouwde kraanvogels. Eén voor iedere klasgenoot. De jongen naast me liet zijn dikke vingers over de plakken kauwgom onder zijn tafel glijden. Alsof hij zocht naar bewijs van anderen die deze lessen ook meegemaakt en overleefd hadden.


    Ik verveelde me dood tijdens de lessen. Ik vond de gedichten die we moesten lezen saai en zwaar. Ik begreep niet dat er mensen waren die het leuk vonden om poëzie te lezen of zelfs te schrijven. Er is dan ook niet één gedicht dat me is bij gebleven, er is niets dat me echt heeft geraakt. Op één zin na dan.

    Tijdens een van de lessen gingen we na het voordragen in ons werkboek opdrachten maken. We moesten twee zinnen van een gedicht lezen en dan uit drie antwoorden de betekenis van de strofe kiezen. De jongen naast me had een nog vochtige brok kauwgom onder de tafel vandaan gekrabd. Hij sloeg het boek open en plakte het stuk op een willekeurige bladzijde. Boven het blauwe stuk stond: ‘Alles is veel voor wie niet veel verwacht.’ Uit het gedicht Dapperstraat van J.C. Bloem, weet ik nu.

    De jongen, waarvan ik helaas de naam niet kan herinneren, rook naar muffe zolder en rook. Hij zag grauw als een oude vaatdoek en kwam altijd te laat. Ik vond hem vies, en omdat ik een puber was, kon ik nog niet inzien dat het vooral heel triest was. In een van de laatste weken van het jaar kreeg hij een relatie met Brechtje. Brechtje haar ouders waren zonder haar naar Peru vertrokken en hadden haar achter gelaten bij haar broer. Dat hele jaar droeg ze een kapot shirt van Pinkpop uit 2001. Haar haren groeide zo lang dat het over haar billen viel. Samen zagen ze eruit als een punkstel uit een vervlogen tijd.

    De dag na het kauwgomincident overleed Harry Mulisch. Op de fiets naar school was ik bang voor de reactie van onze leraar. Mulisch was Ponsioen zijn held, zijn evenbeeld en nu was hij dood. Toen ik de gang van het Nederlands lokaal inliep, had zich al een groepje bezorgde leerlingen om hem heen verzameld. Ik ging het lokaal binnen, nam plaats op dezelfde plek als de dag ervoor. Op de tafel waar de kauwgom-jongen zat, stond met een heel dikke stift geschreven: ‘Alles is veel voor wie niet veel verwacht.’


    6 november 2019