Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Dichter(es)

    Dichter(es)

    ‘Is het nu dichter of dichteres?’ - luidt de titel van een blog die ik tegenkom mede dankzij m’n doorklik-gedrag. Rechts op de pagina in kwestie staat een korte omschrijving: Paul Rigolle houdt de dingen en de dagen bij. Ik ken Paul niet, wel ken ik dichter(es) Maria Barnas die voorkomt in zijn artikel. Van haar kreeg ik schrijfles op de kunstacademie waar ik afgelopen zomer afstudeerde. In die periode hebben we het weleens kort gehad over de aanduiding van een vrouwelijke dichter. Een onderwerp dat ik toen van me afschoof.


    Simpel, dacht ik aanvankelijk. Het woord dichter is pás mannelijk als er een - let op: gangbaar - vrouwelijk woord tegenover staat. Daarom is een dokter altijd een dokter, ondanks dat er tig vrouwelijke artsen bestaan, ‘arts’ is trouwens ook zo’n woord. Flauwekul misschien. Aan de andere kant ben ik iemand die vóór harmonie en gemak is; levend onder het motto niet-zo-veel-zeiken-en-chill-een-beetje-wil-je. Normaal gesproken vermijd ik geen confrontaties, maar wanneer ik pessimisme bespeur, ben ik liever de naïeveling.

    Negen van de tien keer verschillen mijn ouders en ik van mening - daaruit ontstaan de leukste gesprekken - dus wilde ik hun perspectief in het bijzonder weten. Mijn vader moet er nog op terugkomen, ik betwijfel of dat ooit gebeurt. Aan mijn moeder moest ik eerst het concept uitleggen, aangezien zij een groot deel van haar leven in Turkije heeft doorgebracht en een onderscheid tussen man-vrouw in de Turkse taal niet gebruikelijk is. Uiteindelijk zou zij liever als dichteres aangesproken willen worden, mits ze poëzie schreef, zodat de vrouw niet in de schaduw van de man staat; het woord dichter doet haar in eerste instantie denken aan een mannelijk figuur, ze weet niet waarom. Zijn het niet de eenvoudige gedachten, waaruit de beste antwoorden voortvloeien?

    Ik kan het maar niet eens zijn met mijn moeder en allerlei andere vrouwen, die zichzelf feministisch noemen. Het wekt de suggestie van een feministische gedachtegang op, om een behoefte te hebben aan de erkenning van de vrouwelijke dichter binnen de taal. Ik wil helemaal geen keuze maken. Er zijn dagen dat ik geen gedichten schrijf, veel dagen. Dan is het al lastig om te besluiten of ik mezelf überhaupt dichter moet noemen, laat staan hoe ik me als vrouw zijnde daartoe moet verhouden. Tegelijkertijd ben ik waakzaam en dat brengt me op een nieuw spoor. Stel nou dat mijn lichte weerstand tegen het woord dichteres een gevolg is van de taal zelf, die mannelijk georiënteerd is en je dus misschien niet kunt ontkomen aan een mannelijke visie, hoe vrouw je ook mag zijn. Een hypothese.

    Het is niet gek, bijna vanzelfsprekend, dat een lerares, een lerares is. Toch roept het woord dichteres, in elk geval bij mij, twijfels op. Persoonlijk geloof ik in een wereld waarin niets uitgesloten is. Onderscheid brengt verdeling met zich mee. Waarom iemand zoiets wil? Geen idee.


    30 oktober 2019