Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Darwish

    Darwish

    Onderaan de pagina van literair tijdschrift De Gids vallen me de naam en geboorteplaats van de dichter op: Najwan Darwish (1978), Jeruzalem. Direct denk ik aan de nationale Palestijnse dichter Mahmoud Darwish (1942-2008). Ze dragen dezelfde achternaam, delen dezelfde geboortegrond. Mahmoud zou Najwan’s vader of oom kunnen zijn. Ik beeld me een familie in waarbij de pen wordt doorgegeven.

    Mahmoud Darwish is één van mijn favoriete dichters. Ik lees zijn poëzie in een Nederlandse vertaling; het Arabische schrift beheers ik niet goed. De bundel Waarom heb je het paard alleen gelaten zit standaard in mijn tas en is volgeplakt met notities. Op het papier zitten inktvlekken, er laten pagina’s los. In de poëzie huist liefde, maar ook een diep verlangen naar Mahmoud’s vaderland van voor 1948. ‘Een paard danst op twee snaren/ zo luisteren mijn vingers naar zijn bloed/ en spreiden dorpen zich/ als anemonen op het ritme.’

    Omdat ik het werk van Najwan Darwish niet goed ken, koop ik de bundel Nothing more to lose. Bij het lezen van de gedichten merk ik, dat ik tussen de regels door verbanden probeer te leggen met de poëzie van Mahmoud Darwish. In het nawoord van de vertaler zoek ik vervolgens naar zinnen die iets zeggen over de band tussen Najwan en Mahmoud. Ik wil een verhaal vinden over een familie, waarbij de poëzie wordt doorgegeven. Al vrij snel lees ik dat de dichters geen verwanten zijn.

    Waar veel dichters ernaar streven om in Mahmoud’s voetstappen te treden en de nieuwe nationale Palestijnse dichter te worden, streeft Najwan daar niet naar. Toch wordt hij gezien als één van de belangrijkste Arabische dichters van zijn generatie.

    Beide dichters schrijven in het Arabisch, in vaak lyrische poëzie, over het verlies van hun land, de Palestijnse diaspora en het verlangen in vrijheid te kunnen leven en schrijven. In Waarom heb je het paard alleen gelaten roept Mahmoud nostalgische en romantische beelden op van het Palestina van voor 1948. De poëzie in Nothing more to lose is scherper, maar ook kwetsbaar en bij vlagen cynisch. ‘I’ll be banished from the city/ before I’ve even left the womb/ because all I did for seven months/ was write poems and wait to be.’

    De poëzie van de dichters is politiek, maar er schuilen ook alledaagse gebeurtenissen en onzekerheden in. Daarnaast is de poëzie er één van hoop, hoe klein die soms ook lijkt te zijn. ‘The world will be good’, schrijft Najwan in het laatste gedicht van de bundel gericht aan zijn fictieve zoon. ‘There will be nothing but the love/ I left you as your inheritance.’

    Met het overlijden van Mahmoud Darwish, ging een belangrijke stem in de Arabische literatuur verloren. Maar er komen altijd nieuwe stemmen bij. Najwan Darwish, die er niet per se naar streeft de nieuwe nationale Palestijnse dichter te worden en die dat misschien ook niet zal worden, neemt een belangrijke plaats in de Arabische literatuur in. De dichters zijn op geheel eigen manier belangrijke stemmen van hun tijd.

    Hoewel Mahmoud en Najwan geen verwantschap delen, bestaat er toch een bijzondere band tussen hen. Ze dragen dezelfde achternaam, delen dezelfde geboortegrond, vertrouwen hun woorden toe aan het papier. Wanneer ik in de toekomst Darwish lees of hoor, zal ik niet meer in enkelvoud denken maar in tweevoud.


    15 oktober 2019