Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Ons leven hier is al heel groot

    Ons leven hier is al heel groot

    Lang werd gedacht dat Emily Dickinson haar huis niet verliet vanwege pleinvrees, nu weten we dat ze zich terugtrok om dichter bij haar kern te komen, om zich op zichzelf en haar poëzie te richten. Ze schreef meer dan achthonderd gedichten waar er maar zeven van werden gepubliceerd tijdens haar leven. De gedichten getuigen van humor, liefde voor de natuur en van een intense gevoelswereld. Ze gebruikte natuurfenomenen om haar gevoelens te duiden, zoals in het volgende gedicht:





    NOOIT ZIE IK LENTE - ONBEROERD
     
    Nooit zie ik Lente – onberoerd –
    Ik voel verlangen oud –
    Gedraal met jachtigheid, vermengd,
    Staat borg voor lieflijkheid –
     
    Een Wedijver naar mijn idee
    Met iets, dat in Haar zit –
    ‘k Zag Haar te weinig en nu zij
    Verdwijnt, voel ik de Spijt –

     

    De vertaler van haar verzamelde gedichten Peter Verstegen schrijft over dit gedicht: ‘In de eerste twee regels staat: ‘Ik kan de lente niet – onberoerd – ontmoeten / Ik voel het oude verlangen.’’ Ze lijkt dus te zeggen dat er een soort spanning uitgaat van de lente, alsof de wederkerende belofte van dit seizoen haar angst inboezemt. Later schetst ze met de ‘zij-figuur’ dat ze iemand mist. Het voelt alsof ze me waarschuwt niets voor lief te nemen, zelfs de seizoenen niet. (Als we het klimaatdoel niet halen om onder de opwarming van twee graden Celsius te blijven, zullen alle seizoenen verschuiven en veel heftiger worden. Veel mensen zullen overlijden door extreme droogte, orkanen en aardbevingen.)


    Emily Dickinson is een grote inspiratie voor mij. Niet alleen vanwege de nieuwe inzichten die ze me geeft, zoals dat je niets voor lief moet nemen, maar ook omdat zij zich terugtrok om dicht bij zichzelf te komen en blijven. Haar poëzie was een middel om zichzelf te uiten en te duiden. Poëzie wordt ook nu nog vaak gebruikt om dingen te duiden. Zo schreef Ester Naomi Perquin een gedicht voor de slachtoffers van MH17, op rouw- en geboortekaarten staat bijna altijd een vers of rijmpje.


    Poëzie kan ook helen. Ik vind het vaak moeilijk om de belangrijke van de onbelangrijke zaken te scheiden en weet vaak niet wat ik wil. Is het bijvoorbeeld belangrijk om in de stad te blijven wonen omdat iedereen dat doet? Is het belangrijk om veel te drinken en uit te gaan? Dit lijken misschien ludieke vragen, maar soms voel ik me totaal vervreemd van leeftijdgenoten omdat zij drinken en roken en feesten en ik thuisblijf om alle gedichten van Dickinson te lezen. Dan lees ik dit gedicht:

     

    ONS LEVEN HIER IS AL HEEL GROOT
     
    Ons Leven hier is al heel groot.
    Het Leven dat nog komt
    Is meer, zo weten wij, het is
    Immers Oneindigheid.
    Maar is heel ’t wereldruim gezien
    En elke macht getoond
    Wordt zij door ’t minste Mensenhart
    Tot niemendal verkleind.

     

    Vooral de eerste strofe geeft me het gevoel dat het goed is om te kiezen voor mijn eigen weg. ‘het is / Immers Oneindigheid.’ Alle inzichten die ik opdoe tijdens het lezen en schrijven van poëzie brengen me iets dichter bij mijn kern. Dat klinkt zweverig, maar wat ik bedoel is dat ik me fijn voel wanneer Emily mij haar hand reikt, als een telepathische poging ons te verzoenen. En dat is wat poëzie, naast een manier om politieke kwesties aan te snijden, ook kan zijn.



    1 oktober 2019