Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • De kromming in voordrachtspoëzie

    De kromming in voordrachtspoëzie

    Bij het laatste nummer van Awater viel mijn oog op reclame voor Babs Gons haar verzamelbundel 'HARDOP: een staalkaart van spoken word in Nederland'. Als Vlaamse podiumdichter-op-verkenning was mijn interesse gewekt. Toen ik het boek doornam viel me op dat bijna alle dichters verbonden zijn aan het platform Poetry Circle Nowhere, ooit opgericht door Gons zelf. Die ontdekking bracht me aan het twijfelen: is deze staalkaart een marketingstruc of een representatieve selectie van Nederlandse spokenword-artiesten? Het antwoord ligt, zoals zo vaak, ergens in het midden.


    Er staan heel wat dichters in die hun plek in zo'n staalkaart verdienen. De teksten in het boek konden me echter minder overtuigen. Geheel onlogisch is dat niet; Gons zelf schrijft 'spoken word is de kunst om woorden van het papier te halen en ze tot leven te brengen.' Dan is het natuurlijk geen evidente opdracht om die woorden terug naar het papier te sturen. Een spokenword-tekst dient in eerste instantie om hem live te horen, en niet om hem rustig te lezen in de sofa met een drankje erbij en de noodzaak om de gedichten te interpreteren, analyseren en herlezen. Het is aan weinig dichters gegeven om een tekst te schrijven die zowel op papier als op podium overeind blijft.

    Poetryslams

    Nochtans zijn er in Nederland wedstrijden waar dichters aan deelnemen die zowel willen optreden als publiceren. Dat zijn de poetryslams, een wereldwijd fenomeen dat zijn oorsprong vindt in de jaren '70 in Amerika. Toen ik op het Europees kampioenschap poetryslam in 2017 de rol van kalibrerend dichter mocht innemen, merkte ik dat bijna alle landenkampioenen tegen de spokenword-scene aanleunen. Hun teksten waren toegankelijk, dynamisch en vaak ook maatschappijkritisch, behalve dan bij de Nederlandse slampioen. Sinds dat EK valt het me op dat er bij de Nederlandse slamwedstrijden weinig spokenword-artiesten aanwezig zijn. Grote uitzondering is uiteraard Ozan Aydoğan, die het NK won in 2018. Helaas staat die dichter niet in de staalkaart. Verder lijken spokenword-dichters van slamwedstrijden weg te blijven. Hoe komt dat toch?

    De verklaring valt te vinden in een frappant verschil: de Nederlandse slam wedstrijden hanteren andere normen dan in de rest van de wereld. Veel minder zijn de dichters er toegankelijk, dynamisch en maatschappijkritisch. Dat komt omdat jury en publiek vooral op het literaire gehalte van de teksten letten; de performance speelt daarbij eerder een ondergeschikte rol. Dat verschil vindt z'n oorsprong dan weer in de beïnvloeding die podiumdichters Simon Vinkenoog en Jules Deelder hadden op de voordrachtskunst in Nederland. Zij gaven de dichtwedstrijden een meer literaire inslag, waardoor Nederlandse dichters poetryslams vaker als opstapje richting publicatie bekijken. Dat hoge literaire gehalte zorgt ervoor dat er minder spokenword-artiesten in de finale van het Nederlands kampioenschap poetryslam belanden dan in andere landen. In internationale slamwedstrijden behalen de Slampioenen dan ook vaak teleurstellende – maar geen onlogische – resultaten.

    Genrevermenging

    Spoken word en poetryslam zijn in Nederland twee aparte genres. Eigenlijk volgt het daarmee het wereldwijde karakter van de genres. Poetryslam is zichzelf ontstegen van dichtwedstrijden naar een aparte scene die grote gelijkenissen vertoont met de spokenword-scene. Maar in Nederland zijn die grote gelijkenissen er dus niet. Een jammer gegeven, want beide genres zouden gebaat zijn bij wat gezonde vermenging. Spokenword-dichters kunnen via poetryslams hun literaire niveau wat opkrikken. Zo kunnen er meer bundels van spokenword-dichters bij uitgeverijen verschijnen, wat in andere landen al gebeurt. Bovendien zou meer spoken word in slamwedstrijden het strakke, soms ietwat saaie karakter ervan wat losser kunnen maken. Dus misschien is het tijd om een kleine kromming in die voordrachten te dichten zodat de poëzie naar elkaar kan groeien.


    31 juli 2019