Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2022-1

    2022-1

    In het hoofd

    Het Clubkeuzepanel had voor deze editie een ruim aanbod. Niet alleen stuurden tien verschillende uitgeverijen bundels in, er was ook veel variatie onder de inzendingen: lichtvoetig werk van Judith Herzberg, aangrijpende poëzie van Elly Stolwijk en strak gecomponeerd werk van Henk Ester. Na enige beraadslagingen kwam de jury tot een gevarieerde top drie, waartussen het moeilijk kiezen was. 

    Roelof ten Napel schreef met Dagen in huis een bescheidenere bundel in vergelijking met zijn eerdere werk. De jury was blij verrast met de korte analytische observaties en overpeinzingen die hij doet op en rond zijn schrijftafel. ‘Er bestaat geen tafel waaraan iedereen plaats kan nemen,/ al doen we soms alsof.’ 

    Charlotte Van den Broeck tapt met Aarduitwrijvingen uit een ander vaatje. Zij betrekt de hele aarde en de bedreigde natuur in haar werk. In beeldende zinnen, met uitstapjes naar de mythologie, biedt zij poëzie die even esthetisch als maatschappelijk is. Van den Broeck kaart geregeld dierenleed aan, zoals in het gedicht ‘Cholita’ over de kale beer: ‘hijgend van geluk en weldaad/ kijkt Cholita in de camera en overal ter wereld/ denken liefhebbers aan het Hooglied’. 

    De keuze viel uiteindelijk op Trojaanse gedachten van Alicja Gescinska. Het debuut van deze Vlaams-Poolse schrijver en denker is een spannende combinatie van psychologisch onderzoek en een zeer persoonlijk verhaal. Een thema is identiteit, dat zij behandelt met een filosofische bril op. Als kind werd Gescinska geconfronteerd met de terugkerende vraag: waar kom je vandaan? Deze vraag bracht haar toen al in verwarring en zette haar op een filosofisch spoor. 

    In Trojaanse gedachten werkt zij dit uit. De vraag wie je bent wordt dringender als je je gedachten niet meer onder controle hebt. Als een Trojaans paard dringen ze je hoofd binnen. Zijn deze gedachten nog van jou? Van nabij maakte Gescinska een dergelijke overname mee: ‘Ik zie haar voor mijn ogen/ In rook opgaan, maar ze verdwijnt niet.’ 

    Voortdurend wordt er in twijfel getrokken of het nog wel goed komt: ‘Morgen zal het beter gaan, morgen spreekt ze weer mensentaal.’ In het verlengde daarvan worden we bijna gedwongen ons in deze tijden af te vragen hoe veerkrachtig wij eigenlijk zijn, want: ‘Een mens is soms moe/ Een feniks te zijn.’ 


    Alek Dabrowski en Renato Proper