Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2021-2

    2021-2

    Perspectivistische lenigheid

    Er was geen sprake van voorbedachte rade, en het is hoe dan ook eerder een kwaliteit dan een misdaad, maar onbedoeld gingen de bundels die ons werden toegezonden met elkaar in gesprek. ‘[U]it hoeveel stemmen bestaat de gemiddelde dichter?’ vraagt het lyrisch ik in Ik zeg Emily van Yentl van Stokkum zich af. En, verderop in de bundel: ‘gebruik je taal als een wapen?// doet iemand ooit iets anders’? Pagina’s eerder stond: ‘het antwoord dat ik formuleer is complex/ en grotendeels gelogen’. Dat willen we graag geloven. 

    Maar ‘elke omweg/ lijkt de moeite waard’, schrijft Marjoleine de Vos in Hoe verschillig. En in het uiterst menselijke In mijn mand van Lieke Marsman wordt zo mooi als maar kan over leven, dood en pijn geschreven: ‘(…) pijn duwt/ mijn gezicht weer eens ineen/ als een harmonica/ maar ik kijk op en zie de zon/ weerkaatst in de nieuwe koelkast/ die van jou en mij samen is,/ wat betekent pijn dan nog?’ 

    In Vesper van Anne Broeksma is niet alleen sprake van meerstemmigheid binnen het werk van de dichter, maar wordt ook een veelvoud aan goden aangeroepen, en het rijke krioelende leven van alle denkbare organismen beschreven, zoals in de ‘Polytheïstische gezangen’, waarin ‘flatgebouwen worden beschreven met de sierlijke voetjes van klimop’. 

    Tot zover deze omweg om enkele van de stemmen te laten horen die ons als muziek in de oren klonken. Als opmaat naar de uiterst perspectivistisch lenige bundel die we uitkozen: eindig de dag nooit met een vraag van Dorien de Wit. Een bundel waarin een nieuw uitzicht moet ‘slijten’, maar waarin bijna elk gedicht ons een nieuw perspectief aanbiedt. Een bundel waarin tijdens kantooruren verre reizen worden gemaakt en waarin een vluchtpunt op papier ervoor kan zorgen dat je niet meer weet waar je gebleven bent. Een bundel waarin de benoemde ruimte geen afstand schept, maar door de registrerende, sobere toon juist emotioneel gewicht krijgt: ‘als je naar me toe loopt word je groter’ schrijft De Wit. En drie regels later: ‘als je van me weggaat word ik kleiner’. 

    Vanwege de genoemde perspectivistische lenigheid en de precisie waarmee de auteur een herkenbare vervreemding weet op te roepen, bieden wij graag dit sterke debuut aan. 


    Vicky Francken en Mieke van Zonneveld