Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2005-2

    2005-2
    Daniel Dee laat Vierendeel fris van de lever beginnen:

    ‘Mike woonde met zijn ouders boven de patatzaak
    hij had ambities wilde maffiabaas worden
    met een eigen drugskartel ik mocht zijn rechterhand zijn
    maar droomde stiekem van de wangen van Sandra’


    Hiermee is de toon gezet voor een bundel vitale, ongegeneerde po zie, waarin je stuit op ‘hysterisch gekwaak over verkikkerd zijn’, vleugen Rotterdam, ‘vals janken op dit ondermaanse/ over alles wat ik mezelf heb aangedaan’ en ‘andere dingen waar de honden geen brood van lusten’. 

    Dat laatste is zeker niet overdreven. Autobiografisch aandoende jeugdherinneringen schetsen de ik-figuur als een hinderlijke lefgozer, niet te beroerdom ‘de vlag koffie is klaar’ van de dorpssnackbar te pikken en 's nachts plantenbakken omver te smijten. Een boekhandel mag hij niet in, omdat hij er nooit iets koopt. Blijkbaar heeft dat hem niet van lezen afgehouden. In zijn verantwoording bedankt Dee tenminste een bont gezelschap figuren voor de inspiratie die ze hem hebben gegeven. Daaronder zijn muzikanten, maar ook heel uiteenlopende dichters als Van Bastelaere, Brecht, Charms, Deelder, Van lependaal en Krol. Met sommigen heeft hij de wat rauwe, directe toon gemeen. Zijn gedichten zijn kleurrijk, ze hebben vaart, getuigen van zelfspot en een weerbare melancholie. Meestal staan ze niet ver af van de spreektaal - ‘toen kwam jij langs met een grote pantervelletjeshandtas’ - maar ook momenten van lyrische opwinding zijn niet zeldzaam: ‘tot aan haar zoet taboetje het sleutelgat in haar bolle buikje peeping hole dronkenmakende roemer’.

    Vierendeel is geschreven door een hoogst eigengereide dichter, die binnen één gedicht uit de voeten kan met een nieuwe matras, six-pack halve liters brouwmeester en Mozarts requiem. Hij is iemand voor wie ‘de ruimte van het volledig leven’ een vanzelfsprekendheid is. Zijn aanstekelijke po zie weet het clich  te doorbreken dat het triviale onverenigbaar zou zijn met het belangrijke.

    Jong speeltje

    liefste niet alles was even fijn
    maar het meeste onvergetelijk
    dat dient gezegd
    en misschien begrepen
    door een volgende generatie
    smurfensnot schminkstiften dobbelsteentjes autootjes
    ballonnen in de kleuren van de regenboog kwartetkaarten
    een dansende dora snoep dartpijltjes een tennisracket
    de mens-erger-je-niet pionnen bob de bouwer lego monopoly
    geld barbies knikkers krijtjes stuiterballen en legpuzzelstukjes
    ik stond versteld van wat er allemaal in paste
    wanneer je goed en wel voor pampus lag

    waarom heb je geen lichte vorm van avondalzheimer

    meestal was mijn plan om voor het slapen
    nog een sigaret en een glas te nuttigen
    dat werden vrijwel altijd tig sigaretten en een liter wijn

    ik stelde me op zulke ogenblikken van contemplatie
    belangrijke levensvragen en dacht ontelbare malen euh



    Judith Herzberg en Ed Leeflang