Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2007-1

    2007-1

    Sjoef sjoef sjoef

    Het Dichterspanel van de Poëzieclub verkoos ‘probleemloos, unaniem en enthousiast’ De herfst van Zorro van Al Galidi tot de nieuwe Poëzieclubkeuze. Want ‘deze bundel laat de lezer met nieuwe, jongere ogen kijken naar wat de Nederlandse taal vermag’. En bovendien: ‘De herfst van Zorro is veruit de beste bundel die drie maanden Nederlandstalige poëzieproductie heeft opgeleverd.’

    Wie De herfst van Zorro openslaat, krijgt de sensatie dat hij een gebouw binnenstapt. In de opdracht van de bundel worden, in meerdere opzichten, ontstellende afstanden afgelegd en is sprake van thuiskomen, zij het niet op een vaste plek; het is een thuiskomen op de planeet aarde. Maar in de inhoudsopgave en gebruiksaanwijzing van de bundel - ja, er is een gebruiksaanwijzing - is opeens sprake van een structuur (persoon) met een hoogste, middelste en laagste verdieping. De bundel wordt daarmee een bouwwerk, een omdraaiing van het bewegen en vluchten in de opdracht tot iets met muren en verdiepingen, iets dat ook nog te begrijpen is, want er is een gebruiksaanwijzing. Uit deze inleidende bladzijden maken we op dat in De hefst van Zorro veel op het spel staat. Hier wordt uit het onbegrensde een huis gekerfd, en dat huis is Zorro, een held, een ‘ik’

    De gebruiksaanwijzing van de bundel is een gedicht op zich. Het hoofd, het hart en de penis van Zorro worden aan de lezer voorgesteld, waarbij de gebruiker - degene die zich op Zorro's verdiepingen ophoudt - gedragsregels krijgt opgelegd; zo mag het hoofd van Zorro alleen betreden worden door drukke mensen die geen levensgenieters zijn. Uitdagend is het feit dat zij die met vrouwen en hun drie verdiepingen kennis willen maken, geacht worden alles in de bundel omgekeerd te lezen. Dat hebben wij uiteindelijk maar niet gedaan, omdat wij toch menen dat het tegengestelde van ‘man’ niet ‘vrouw’ is, maar eerder gezocht zou moeten worden bij ‘niet-mens’. Alles omdraaien zou gedichten over voorwerpen opleveren, denken wij. Of, bij volstrekte omdraaiing, lege bladzijden. Of zelfs geen leeg boekje, maar een wekker, een vogel, een steentje - nou ja, de mogelijkheden zijn eindeloos, daar zou je weer een nieuwe bundel mee kunnen vullen. De herfst van Zorro nodigt uit tot dit soort plezierige gedachten.

    De herfst van Zorro vangt aan met een proloog, getiteld ‘Zorro presenteert zich aan de herfst’. Hierna volgen de drie afdelingen ‘Gedichten van de hoogste verdieping van Zorro’, ‘Gedichten van de middelste verdieping van Zorro’, en ‘Gedichten van de laagste verdieping van Zorro’. De bundel sluit af met een epilooggedicht getiteld ‘Het einde’. De gedichten in de drie afdelingen worden steeds voorafgegaan door een cursieve weergave van de context van het gedicht, waarin wordt geschetst ‘wat voorafging’. In deze inleiding staat het onderwerp van het eronder geplaatste gedicht (‘de regen’, ‘de vla’ enz.) vet gedrukt. Het gebruik van inleidingen levert een unieke spanning op in de teksten; er lijkt sprake te zijn van een verteller en een ik, en hiermee wordt het verhaal van Zorro op afstand geplaatst, alsof het al gebeurd is en nu theatraal, bijna ritueel, wordt naverteld.

    De taal van de gedichten is opvallend eenvoudig, helder en transparant. Wij, zeggen de gedichten door hun toon, doen niet moeilijk, niet ‘poëtisch’, niet verheven. Al Galidi bereikt deze eenvoud onder meer door een consequent gebruik van ‘parallellisme’ (herhalingen van de zinsstructuur). Hierdoor ontstaat een rituele, bezwerende muzikaliteit die - net als het gebruik van inleidingen boven de gedichten - associaties oplevert met het theater. Tegelijk hoedt Al Galidi zich effectief voor inhoudelijke clichés, zoals moge blijken uit een ode aan de kont van een pauw (blz. 30).

    Zorro is de gemaskerde die het anoniem opneemt voor het goede, en die uiteindelijk zijn initiaal sjoef-sjoef-sjoef in de kleren van zijn tegenstander snijdt, zonder dat die laatste daar iets van voelt. Volgens onze informatie is Al Galidi een uitgeprocedeerde asielzoeker uit Zuid Irak, huidige verblijfplaats onbekend (www.algalidi.com). Deze onzichtbare niet-Nederlander sjoef-sjoef-sjoefde met De herfst van Zorro prachtige teksten ons bewustzijn en de Nederlandstalige literatuur in. Wij voelen dat wel. Want wie zijn wij als Nederlandse dichters, als een collega zoals Al Galidi niet bij ons mag horen?


    Esther Jansma en Menno Wigman