Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2011-3

    2011-3

    Allard Schröder – Het meisje met de afstandsbediening

    In Het meisje met de afstandsbediening manifesteert gelauwerd prozaschrijver en essayist Allard Schröder (1946) zich op zijn vijfenzestigste voor het eerst als dichter. Geen wonder dat hij zich in een van de gedichten ‘wat ouder’ noemt en ‘aardser na elegant/ vergooide jaren’. Maar dat maakt hem als dichter nog niet bedaagd en stram, integendeel. Op het achterplat lijkt hij zelfs een vreugdesprong te maken in zijn werkkamer, alsof hij zich met deze bundel eindelijk van de grond losmaakt. Een keuze uit de dichterlijke oogst van 35 jaar brengt hij blijkens het nawoord bij elkaar, een keuze die hij grofweg als een thematisch drieluik ordende: een aantal filosofisch getinte gedichten, een aantal navolgingen van bewonderde klassieken uit de oudheid als Propertius en Tibullus en een aantal gedichten over zijn jeugd in de jaren vijftig.

    Zijn heden, zijn verleden, met in het midden de dichterlijke bronnen waaraan hij zich laaft. Hoewel hij zich in het nawoord bescheiden als een prozaschrijver presenteert die ook wel eens een versje maakt ‘puur voor mijn eigen genoegen’, heeft zijn poëzie niets bescheidens of dilettantistisch. Ondanks hun zeer uiteenlopende ontstaansdata hebben de gedichten een consistente toon en kwaliteit. Ze zijn sprankelend van taal en vol schitterende beelden. Zo heeft iemand ‘een stem van varkensvlees’. En over een regenbui heet het: ‘Kom regen, kom bouw/ me een kerker met hemelse tralies/ verjaag de wereld, sluit me op.’

    Uit de jeugdherinneringen blijkt dat Schröder als kind een sterk gevoel voor het epifanische had, verbonden met een verlangen naar geborgenheid. Zie bijvoorbeeld het schitterende slotgedicht over een 'genadewit' laken dat zijn moeder tijdens een picknick op de grond spreidt. Daarentegen geeft hij in andere gedichten uitdrukkelijk blijk van een nuchtere, anti-metafysische instelling, alsof hij zich de verleiding van zijn eigen hersenschimmen uit het hoofd wil praten. Die spanning geeft deze intieme bundel, hoe verscheiden aan de oppervlakte ook, een ontroerende, samenhangende kracht. Alle reden om dit late dichterlijke debuut tot Clubkeuze uit te roepen. Het is te hopen dat de dichter Schröder ons niet nog eens 35 jaar laat wachten. 


    Elma van Haren en Erik Menkveld