Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2012-3

    2012-3

    Twee dichters ontmoeten elkaar

    In het begin van Vergilius’ Aeneis spoelt de held Aeneas, die het verwoeste Troje ontvlucht is en onderweg zijn vader verloor, aan op de kust van Noord Afrika. Een vernietigende storm heeft zijn vloot uiteengeslagen. ‘Hou vol, en hoop op betere tijden,’ zo spreekt hij zichzelf en zijn mannen moed in. Deze beroemde zin is een van de motto’s in Bernard Wesselings tweede bundel Naar de daken, en Aeneas’ rampspoedige tocht naar een nieuwe en zinrijke Toekomst lijkt er het grondplan van.

    Met de vele verwijzingen naar Vergilius’ grote epos in Naar de daken, brengt Bernard Wesseling zonder dat expliciet te zeggen een hommage aan zijn vader, de bekende latinist Ari Wesseling die in 2010 onverwacht overleed. Ook lijkt hij zijn eigen situatie in de Aeneis weerspiegeld te zien.

    Net als Aeneas bevindt Wesselings protagonist zich op een dieptepunt. Zijn vader is overleden, hij wordt overspoeld door herinneringen, een gevoel van existentiële vervreemding en angst voor vergankelijkheid en verval. Telkens weer klimt de ‘ik’ als een kind dat zeerovertje speelt ‘naar zijn kraaiennest/ van de antenne’ op het dak in de hoop tekenen van een betere toekomst op te zullen vangen. Die hoop probeert hij aanvankelijk via traditionele vormen van religie, therapie en meditatie te voeden, maar dat leidt tot niets. Zelfs een pact met de duivel en een rustig leven met een vaste vriendin (Dido!) lopen spaak. ‘Als golven van puin slaan de dagen langszij./ Tot alles nog slechts geboren lijkt om uit sterven te gaan.’ De enige manier die dan nog overblijft om de verwoesting te ontvluchten is een welbewust spel van ‘ficties’.

    Niet alleen Aeneas, maar ook andere figuren uit hogere en lagere ‘fantasy’ komen aan het woord. Zo probeert de held van deze hedendaagse queeste-potpourri als in een roleplaying game romantische rollen uit van ongebonden zwervers als de piraat (vandaar dat kraaiennest), de zigeuner of de nomade, maar ook van een ‘hijgerige artiest’ die voor de kunst knielt of een taoïst die met zijn handen op zijn rug door het leven wandelt. Hij stelt zelfs spelregels op voor de rol van stervende (‘Houd het luchtig’) en de toekomstige  nabestaande (‘Aas niet op een glimp van het onbekende’). Soms is deze poëtische game geestig of ironisch, maar op geen enkel moment luchtig of vrijblijvend. Integendeel. Wesselings kleurrijke vermommingen zijn keer op keer schrijnende pogingen om een uitweg te vinden uit de ontredderende hel van het heden en de gevolgen van het verlies dat hij geleden heeft. Dat die hele onderneming zinloos is, zal duidelijk zijn. Maar het heeft wel een meeslepende en aangrijpende bundel opgeleverd die wij graag als onze Poëzieclubkeuze bij de lezers aanbevelen.

     

    Erik Menkveld en Elma van Haren