Awater Live

Awater Live wil het poëzietijdschrift Awater en de Poëzieclub breder onder de aandacht brengen. Bij het verschijnen van iedere editie organiseren we daarom twee evenementen waarop we deze editie van Awater presenteren, ofwel we sluiten aan bij bestaande evenementen om de betreffende editie van Awater onder de aandacht te brengen. Totaal gaat het om zes maal Awater Live per jaar.

Awater Live wordt mede mogelijk gemaakt door het Lira Fonds.
  • Poetry International, Rotterdam

    14 juni 2019
    Poetry International, Rotterdam

    Gedichten ontleden op een podium

    tekst en foto's: Liliane Waanders

    Met het overlijden van Bhai, Michael Slory, Bea Vianen, Elly Purperhart en Shrinivási verloor de Surinaamse literatuur in korte tijd vijf toonaangevende stemmen. In het zomernummer van Awater karakteriseert Matthijs Ponte in het artikel Mystici, reizigers en letterknechten, een meervoudig in memoriam het werk van de vijf, die een veelheid aan invalshoeken en richtingen in de Surinaamse literatuur representeren.





    Voor de editie van Awater Live tijdens Poetry International nodigde Matthijs Ponte Simone Atangana Bekono en Antoine de Kom uit om aan de hand van een aantal gedichten nader van gedachten te wisselen over het werk van de overleden schrijvers/dichters. Simone Atangana Bekono koos Orfeu Negro van Michael Slory, Antoine de Kom Karambogh, 14.00 uur van Shrinivási, en gedrieën kozen ze voor een titelloos gedicht van Bhai.


    Tijdens de publieke close reading-sessie ging het natuurlijk over de tekst, die woord voor woord ontleed werd, maar uit dat inzoomen ontstond ook een beeld van de nog relatief jonge geschiedenis van de geschreven Surinaamse poëzie; de pogingen van een dichter (Michael Slory) om zich poëtisch te uiten en de taal poëtisch uit te buiten en het standbeeld dat hij daarvoor verdient; een gedichten voordragende tante; de verzengende hitte op koffieplantage Kroonenburg in het district Commewijne; een andere dichter (Shrinivási) die zichzelf begint te ervaren, zich verzoent met wat er om hem heen is, maar ook verbitterd en boos is over als wat er in het land letterlijk verrot is.

    En hoe ging dat dan, dat close readen? Een kleine proeve, aan de hand van het gedicht van Bhai. 

    Op de grens
    van de grens
    grenst
    de grens
       van de stilte
       stil en alleen
       lichtend
    in het licht
    badend in de wind
    van dood
       mysterie
    en geheim


    Antoine de Kom (AdK): ‘Het eerste dat Bhai doet is iets tot in het absurde doordrijven, maar op de een of andere manier bereikt hij er toch iets mee. Je komt in een beginnende trance door die herhalingen.’
    Matthijs Ponte (MP): ‘Door de herhalingen denk je dat het helemaal gestript wordt van betekenis, maar het wordt toch betekenisvol.’
    Simone Atangana Bekono (SAB): ‘Je voelt letterlijk de kanteling op het moment dat hij zegt “grenst de grens” en dan “van de stilte”. Dan ga je er voor mijn gevoel echt in. Voor mij is dat een punt waarop het bijna als flauw zou kunnen worden geïnterpreteerd, maar toch een meerlagige betekenis krijgt.
    Van de stilte /stil en alleen” en dan “lichtend / in het licht”, dat zijn onbegrensbare dingen die tegenover elkaar worden gezet. Het is het horen en het zien, het niet horen en het niet zien.’
    AdK: ‘ “De stilte” is het draaipunt in het gedicht, maar hij laat “de stilte” wel heel snel weer “weglichten” als het ware. Op een gegeven moment dacht ik bij mezelf: is dit nou het primordiale bewustzijn? Zo’n bewustzijn dat overal onder zit. Hij bereikt een laag die niet gauw bereikt wordt. Het wereldbewustzijn.’
    MP: ‘Dood, mysterie en geheim.’



    AdK: ‘Dat geheim is dan weer interessant.
    MP: ‘In dat geheim zit een soort actief verhullen door iets of iemand, dus daar wordt een instantie in het leven geroepen die niet alleen maar is, maar ook doet.
    AdK: ‘Dat vind ik eigenlijk wel jammer. Hij had dat woord niet moeten gebruiken. Dat hij op een geheim en een mysterie uitkomt, hebben we wel in de gaten. Dat hoeft hij niet te benoemen, dat is zonde.’
    SAB: ‘Ik vond het juist wel interessant dat er na de dood nog twee zaken komen. Van de dood naar het mysterie naar het nog kleinere.’
    MP: ‘Wat ik er merkwaardig aan vind: mysterie en geheim zijn twee totaal verschillende dingen.
    Tot aan mysterie vind ik het juist wel goed werken, maar dat “geheim” veronderstelt voor mij iets dat actief bezig is met geheimhouding en dat is raar in deze context.’
    AdK: ‘Hij moet gedacht hebben: Nu ben ik er. Nu kan ik het zeggen.’
    SAB: ‘Is dat raar?’
    MP: ‘Het probleem dat ik ermee heb, is dat er toch weer een soort van goddelijkheid verondersteld wordt die er eigenlijk niet in zit.’
    SAB: ‘Maar is dat raar? Of gek? Of niet juist? Goddelijkheid kun je ook heel breed interpreteren. Dat hoeft niet eens religieus te zijn.’
    MP: ‘Vind jij het niet ook een religieus gedicht?’
    SAB: ‘Nee.’
    MP: ‘Misschien ben ik te religieus opgevoed.’
    AdK: ‘Er komen geen paters in voor.’
    SAB: ‘Dus is het geen religieus gedicht…?’