Nieuws

<< Nieuws
  • Poetryslam, aflevering 6: Martje Wijers

    Poetryslam, aflevering 6: Martje Wijers

    Gepubliceerd: 4 oktober 2018

    Merlijn Huntjens interviewt tien poetryslammers over poetryslam. Martje Weijers, de zesde dichter uit de reeks, werkt als docent Zweedse taalkunde en schrijft aan een proefschrift in de taalwetenschap. In 2018 stond ze voor de tweede keer in de finale van het NK Poetry Slam.

    Martje, je geeft Zweedse les. Je weet vast hoe er in Zweden geslamd wordt?
    De Zweedse poetry slam-scene is over het algemeen meer geëngageerd dan de Nederlandse scene. Er wordt veel inspiratie gehaald uit de VS. Het valt me in Zweden verder op dat er, sterker dan bij ons, een typische, overheersende voordraagintonatie bestaat, die bijna iedereen toepast.


    “Als je niet makkelijk kan ontsnappen aan kunst, vind ik dat vaak prettige kunst.” zei Daniël Vis in het allereerste interview in deze serie. Hoe kijk jij hier tegenaan?
    Daar kan ik me wel in vinden, in die zin dat ik van mening ben dat kunst — en dus ook poëzie —- iets teweeg moet brengen. Dat kan positief of negatief zijn, maar het mag je niet onverschillig laten. Of dat wel of niet gebeurt, verschilt natuurlijk van persoon tot persoon, maar ik denk dat Daniël Vis kunst bedoelt die je niet direct loslaat en je dus raakt. Dat ben ik wel met hem eens. Kunst die alleen maar mooi is, waar je dus gemakkelijk van weg kunt lopen, is over het algemeen een beetje saai.

    “Extra bagage resulteert in een ander manier van kijken naar de wereld.” zei
    Noureddine El Jalti in de vorige aflevering. Heb je genoeg bagage, denk je, om dit te kunnen beamen? Of kan je, je er iets bij voorstellen?
    De optelsom van ervaringen die je opdoet, bepaalt uiteraard voor een groot deel hoe je naar de wereld om je heen kijkt. Ik denk dat iedereen dat kan beamen. Wel heb ik lang een soort clichébeeld in mijn hoofd gehad van de getroebleerde schrijver, dat je als dichter allerlei ellende moet hebben meegemaakt om iets te zeggen te hebben. Ik vond mezelf —-met mijn gelukkige jeugd — niet passen in dat beeld. Dat heeft er ook aan bijgedragen dat ik mijn gedichten voor mezelf hield, en waarschijnlijk was het meeste van wat ik toen schreef ook te particulier. Nu denk ik dat de zwaarte van je bagage uiteindelijk weinig te maken heeft met de kwaliteit van je poëzie. Het kan je helpen om mensen te raken met een persoonlijk verhaal, maar het gaat er volgens mij uiteindelijk veel meer om dat je een eigen kijk op de wereld om je heen hebt en dat je dat op een treffende manier weet te verwoorden. Dat kan ook prima met een lichtgewicht rugzakje.



    SCHIJNSCHIMMELS

    onze verhoudingen zijn duidelijk
    ik maak rotzooi, jij ruimt op
    ik kook wat, jij eet op

    vergis je niet, we lijken meer
    op schimmels dan op bomen
    toch controleer ik dagelijks of je al wortels hebt
    ben jij er niet, ben ik er ook minder
    mijn
    uitgestrooide sporen
    kleven jou aan, je verspreidt me
    waar je gaat


    als je te lang twijfelt
    wacht je mogelijkheden weg
    zeg ik je steeds opnieuw
    want je wil alles open
    alles mogelijkheid

    dat weet ik wel, ik wil het ook
    ik weet hoe je verlangt naar een vrije worp
    een open plek in het woud

    maar de wolven komen
    je melktanden wisselen
    scherpe hoektanden
    staan op het punt
    om door te breken