Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2015-1

    2015-1

    Stromende zelfportretten

    Er staat een ‘stromend zelfportret’ in Zelf, de nieuwe bundel van Pieter Boskma. Daarin heeft de ik-persoon een visioen: ‘In het grasveld lag een ei van ijs/ onder een beuk gevormd uit as/ naast een vrouw die tegelijk/ gestorven en herboren was.’

    Het is typisch Boskma om met zo’n gemak zulke tegenstellingen te verenigen: de dood en het prille begin, ijs en as. In het visioen verschijnt daarna een ‘motregenboog’, een zwarte zon tolt door het hemelruim en de tijd begint te stromen. ‘En ik kroop al langs een zomers zandpad/ en zag mijn moeder, kortgerokt en blond,/ een tongzoen geven aan mijn vader/ die een speelse tik gaf op haar kont’. Hij komt zelfs in de oertijd terecht en dan weer bij zichzelf, gesloopt door de rouw, en dan weer in de stroom – die hij misschien zelf is.

    In zekere zin stromen al zijn zelfportretten zo, hoezeer ze ook van elkaar verschillen. Hij heeft zelfportretten als avontuurlijke kanarie (‘op safari in de koepel van een kathedraal’), als Clint Eastwood-lookalike (‘ik keek blijkbaar filmisch en indringend in de camera’) en als vieze oude man (‘jij bent het levende gedicht, dacht ik’), maar elke keer kan alles gebeuren en duikt de dichter in allerlei verschijningen op. ‘Steeds als ik linksaf sla/ kom ik mij van rechts weer tegen.’

    De bundel lijkt een poging van de dichter om zichzelf te herscheppen, na een jarenlange rouw om de dood van zijn geliefde. Hij verandert zijn ik in een ander, in een ding, een landschap, een tijd, een grap – en daardoor komt hij nader tot zichzelf. Soms lijken de gedichten onwrikbaar, met een toon vol voorkennis, dan weer slaat de twijfel toe en wankelt het zelfbeeld. De zelfportretten zijn beslist niet vergrendeld. Er staan altijd deuren op een kier.

    Daardoor valt er veel te beleven in de bundel. Het buitenissige, het fantastische, het melancholische – het wordt allemaal ingelijfd, vaak van tegenwicht voorzien. ‘Ik moet het doen met het gedicht’, schrijft de dichter, en daar maakt hij maar het beste van. Er is rouw én opgewekte lust. Inzoomen en afzonderen. Navelstaren in de verste verte. En dat in de stijl van Boskma: lyrisch, zangerig, geestig en vrij. Zelf is een geweldige bundel van een grote dichter die in zijn poëzie steeds weer nieuwe werelden schept en toch persoonlijk blijft. 

    Bas Belleman en Ester Naomi Perquin