Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2015-3

    2015-3

    In haar debuut Trappen zet Sebastiene Postma dichters, schrijvers, denkers en kunstenaars op een trap. De trap, de verbinding tussen het lage en het hoge, is een klassiek beeld, maar al in het eerste gedicht loopt de metafoor spaak. Postma voert Thomas Carlyle’s vrouw Jane op die niet omhoog gaat, maar de trap aan het dweilen is. Thomas ‘stapte langs haar heen op de door haar / gedweilde treden en verdween uit het zicht.’ Jane was zélf ook een begenadigd schrijver, en het gaat hier dus niet om de stijgende dichter maar om de schrijver die op de trap blijft steken.                                                

    Het trapbeeld strandt in ieder gedicht. Alsof Postma de (poëzie)geschiedenis doorwerkt, in de ijdele hoop ná alle stukgelopen hemelbestormingen nieuwe schrijfmogelijkheden te vinden. Die inzet overstijgt het strikt poëticale, want het weerspiegelt de situatie waarin wij ons na de dood van God en de ondergang van de seculiere ideologieën bevinden. Vrij naar Nietszche: hoe bestijgen we de trap als er geen onder en boven meer bestaat? 

    Er vloog plotseling een zwerm treden op.

    De zwerm wiekte uitwaaierend omhoog,

    hing even stil in de lucht, en zwaaide toen

    abrupt als één geheel naar rechts.

    De treden zwenkten meteen daarna in een vloeiende

    deinende beweging weer terug. De zwerm

    bleef lange tijd in de hoogte heen en weer zwieren.

    Soms verbredend, soms versmallend.

    Uniform zwevend, golvend, kerend.

    Een sierlijke wenteling. Nergens naar.


    Wat Trappen in onze ogen tot de beste bundel van de afgelopen maanden maakt, is de intimiteit van de stem van de enige levende dichter: Postma zelf. Die stem klinkt almaar gefrustreerder en wanhopiger, tierend van woede soms (‘Wat een fout. Trap my ass. Hoe heb ik zo stom / kunnen zijn. Godverdomme, godverdomme.’). Het maakt de gedichten direct en kwetsbaar, en laat deze dichter, door zelf spaak te lopen, vertellen over een tijd die spaak loopt.

    Het is bijzonder feestelijk om een debuterende dichter te lezen die zo groot denkt en grondig werkt, en die zulke gelaagde poëzie weet af te leveren. Gedichten die de ivoren toren met de onderbuik verbinden. Genietbaar dus, op vrijwel elk niveau.

     

    Joost Baars en Ester Naomi Perquin