Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2014-1

    2014-1

    Het heeft allemaal met film te maken

    Jan Baeke houdt van film en in zijn nieuwe bundel zitten dan ook veel filmische scènes. Alleen de titel al: Het tankstation op de route. Je ziet zo’n tankstation meteen liggen en hebt vreemd genoeg ook al een idee van de autorit.

    De bundel heeft de gelijkmatige, wat laconieke toon van een roadmovie. “Het is al gauw genoeg als je er wat langer bij stilstaat”, heet het openingsgedicht. En wat er ook allemaal gebeurt in dat gedicht – er wordt een hondje aangereden, vier jongens dreigen een meisje aan te randen, een bom ontploft op een markt – het begint en eindigt in een rustige dorpscafégedachte over het utopische verlangen naar ‘een mens om in elkaar te zetten’.

    In het tweede gedicht, ‘Draaidagen’, staat hoe weinig de ik-figuur nodig heeft voor een film, al komen in één moeite door de liefde, de dood en de hele samenleving voorbij:

     

    Ik doe niet veel, een sigaret volstaat.

    Na de goede gesprekken en de romantische vergissing

    draai ik andere scènes.

     

    Nog iets met de dood of met de straat doen.

     

    Het is niet eenvoudig om in een paar citaten duidelijk te maken wat voor effect zulke regels tezamen hebben. Het is alsof Baeke een soort minimalistische soundtrack gebruikt, die hem in staat stelt allerlei scènes aan elkaar te monteren, of ze nu klein zijn of grotesk, liefdevol of gewelddadig. Die filmmuziek vermengt hij op een geheel eigen manier met beeld. Bij de ‘laatste bushalte’ houdt hij bijvoorbeeld de ‘tonen van het landschap’ in de gaten. ‘Zacht ritselend verschiet dat ik herken./ Laaghangende mist.’

    In die rust kan hij ook een soort bekentenispoëzie schrijven, althans poëzie die als een ontboezeming klinkt. Neem dit fragment uit een prozagedicht dat ‘Fancy fair’ heet: ‘Ik ben zieker geworden. Ik zag al die littekens en voelde dat er ook bij mij op dezelfde manier was ingehakt. Dat was vals en ook dat wist ik. Uiteindelijk kreeg ik de buikpijn en de bloedingen die bij afzijdigheid horen. En bij de dagen van tabak, toen het café nog brandde en Herman zijn alles overstemmende gegil had opgestookt.’

    Hoe doet hij het toch, van die scènes die allemaal even levendig zijn en toch nauwelijks enige moeite lijken te kosten?

    het heeft allemaal met film te maken

    het terloopse detail en de terloopse blik

    de leugen die we in onze houding

    mooi willen houden

     

    Bas Belleman en Elma van Haren